Ik weet niet of jullie al een agenda hebben voor 2009, of een kalender wellicht. Ik wilde vorige week een agenda kopen, en degene die ik wilde hebben (vanwege een eerdere goede ervaring) was helaas ‘discontinued’, oftwel, werd niet meer geleverd/gemaakt. Dus ik moet nog even verder shoppen.
Maar of jullie nou al een agenda, kalender of alleen een kladblok hebben voor volgend jaar, maak even een aantekening zodat je eventueel een (mid)dagje vrij kan nemen of wat je verder nodig acht qua voorbereidingen.... Op maandag 1 juni 2009, zo rond een uur of 2 ’s middags zetten wij, na tegen die tijd 8 jaar Amerika, weer voet op Nederlandse bodem, en dit keer voorgoed!
We hebben dit weekend de vlucht geboekt, nadere details volgen nog wel. Ook alles wat er voor die tijd nog gaat gebeuren, begint wat meer vorm te krijgen, stukje bij beetje.
We hopen die avond eigenlijk meteen al in ons eigen huis te slapen, wat een leuk (en tegelijkertijd raar) idee! Al zal dat waarschijnlijk niet op ons eigen bed zijn, want dat dobbert dan nog samen met de rest van onze huisraad ergens in een container (op een schip) op zee,
en hopelijk zullen die spullen dan binnen niet al te lange tijd ook in Nederland aankomen. Maar de container hebben we nog niet geregeld, dus daar weten we nu nog niks over. Er zijn zo veel puzzelstukjes, zo veel dingetjes waar je aan moet denken, dingen die ook op ’t eerste gezicht niks met elkaar te maken lijken te hebben.
Misschien maken we ons wel veel te druk hoor. Ik weet niet of ik dit wel eens eerder verteld heb, maar wij hadden vrienden hier in de wijk. Niet dat we de vloer bij elkaar platliepen, maar we zagen elkaar wel eens op feestjes, we waren onderdeel van hetzelfde Bunco-clubje, we kwamen op elkaars kinderverjaardagen. Op een dag liep ik langs hun huis, en zag daar een ‘te huur’-bord staan. Ik kijk eens goed, staat het huis leeg! Dus ik stuur die middag een mailtje om eens te informeren, krijg ik een mailtje terug “Oh, ja... we wonen nu in Japan. Het ging plots zo snel, binnen een week was alles geregeld, we konden geen afscheid meer nemen.” En dat zijn wel momenten dat je denkt “Waar maken wij ons in hemelsnaam druk over, het kan ook anders!”
Maar goed, ergens vind ik de manier waarop wij het doen toch prettiger, wij zijn nou eenmaal mensen die alles heel grondig doordenken, en we komen daardoor zelden voor teleurstellingen te staan. Ook voor de kinderen, Alexander met name, vind ik dit beter. We kunnen hem langzaam maar zeker voorbereiden op wat gaat komen, af en toe hebben we het er over, en dan weer dagen, weken niet. Ik vertelde bijvoorbeeld over zijn school in Nederland. Ik zei: “Alle kindjes en de juffen praten daar Nederlands.” Waarop hij vroeg: “Praat Miss Connie dan ook Nederlands?” Nee schat.... Miss Connie blijft lekker in Amerika.... (en dat vinden wij persoonlijk geen groot gebrek, maar goed, dat laten we nog steeds niet merken, hij is ondertussen toch echt gek op d’r, evenals de andere kindjes...)
Ben wel benieuwd hoe dat gaat straks met Alexander in Nederland. Hij is ondertussen bijna zo goed als tweetalig, maar hij heeft niet door dat sommige mensen geen Engels begrijpen. Hij gebruikt de talen ook gewoon door elkaar. Thuis spreekt ie ons ook heel vaak in ’t Engels aan. Soms kent ie ’t Engelse woord niet, dan verzint ie gewoon wat. “The mouse is overthere, on the plenk.” Een poosje geleden moest hij naar de dokter voor een griepprik, en ik was zo stom om dat al een uur van te voren al te zeggen. Hij meteen in tranen natuurlijk, dus ik een beetje sussen, zo van “Weet je wat, we vragen anders wel aan de dokter of het echt nodig is, misschien hoeft het niet.” (hij moest namelijk nog ontbijten, en ik zag het al gebeuren dat ie vanwege de angst voor het nadere onheil geen hap meer weg kreeg.) Dus hij vroeg aan mij, hoe een prik heet in het Engels. Dat is dus een ‘shot’. Afijn, elke minuut vroeg hij me: “Hoef ik geen prikje?” “Ik weet het niet, schat, we vragen het wel even.” Eenmaal bij de dokter nam hij zijn kans waar zodra hij de ‘nurse’ zag en riep lichtelijk in paniek: “I want zero spots!” (oftewel: ik wil nul stippen). Ik moest er zo om lachen (al kon ik ’t onderdrukken), het arme schatje was al zo bang voor zijn prikken, en dan zei hij het ook nog eens verkeerd. En helaas voor hem zei de ‘nurse’ (nadat ze even naar mij keek van “wat bedoelt ie?”) dat ze voor hem wel een shot had, en toen riep hij als een echte held op sokken: “Quinten needs to go first!” Uiteindelijk viel die hele prik heel erg mee, je zag echt de uitdrukking op z’n gezicht van “Hè? Was dat nou alles?” Soms is het goed je van te voren druk te maken, soms blijkt het helemaal niet nodig.
Ondertussen is het een waar bacillen-festijn hier in huize Bot. Alexander en Quinten zijn al 2 weken verkouden, alhoewel het bij Quinten een stuk minder is nu. En na een kleine twee weken ondergehoest en geniest te zijn, kon mijn immuunsysteem er niet meer tegen, dus sinds zaterdag ben ik ook ziek, zwak en verkouden. Slapen is er niet bij vanwege continue hoestaanvallen. Bluh....! Dus als je denkt, wat schrijft ze onsamenhangend, ik ben er niet helemaal bij...
Wel nog even een Amerikaans tafereeltje op de foto. Kijk maar naar dit huis:
Dit huis staat vlak bij ons, in de wijk naast de onze, Seagrove’s Farm. Vroeger was dit een groot wild weiland, stonden er paarden, ik kan er nog wel een keer foto’s van laten zien. Nu is het sinds een jaar of twee bebouwd. Er staan nog wat oude schuren, en dit huis dus. Nu nog wel althans. Want als je goed kijkt, ziet het er een beetje vreemd uit. Het huis is namelijk opgetild. En ik vermoed, dat het huis straks achterop een vrachtwagen gaat, en vervoerd gaat worden naar een andere lokatie. Zo doen ze dat hier. Is er een leuk, historisch gezien zonde om te slopen huisje dat eigenlijk heel erg in de weg staat voor iets anders? Dat tillen we het toch even op en rijden we het ergens anders heen?
Tenslotte nog twee korte filmpje, even kijken of ’t lukken wil dit keer, en daarna ga ik snel op zoek naar hoestsiroop en een kop thee met honing. Groetjes!
Maar of jullie nou al een agenda, kalender of alleen een kladblok hebben voor volgend jaar, maak even een aantekening zodat je eventueel een (mid)dagje vrij kan nemen of wat je verder nodig acht qua voorbereidingen.... Op maandag 1 juni 2009, zo rond een uur of 2 ’s middags zetten wij, na tegen die tijd 8 jaar Amerika, weer voet op Nederlandse bodem, en dit keer voorgoed!
We hebben dit weekend de vlucht geboekt, nadere details volgen nog wel. Ook alles wat er voor die tijd nog gaat gebeuren, begint wat meer vorm te krijgen, stukje bij beetje.
We hopen die avond eigenlijk meteen al in ons eigen huis te slapen, wat een leuk (en tegelijkertijd raar) idee! Al zal dat waarschijnlijk niet op ons eigen bed zijn, want dat dobbert dan nog samen met de rest van onze huisraad ergens in een container (op een schip) op zee,
en hopelijk zullen die spullen dan binnen niet al te lange tijd ook in Nederland aankomen. Maar de container hebben we nog niet geregeld, dus daar weten we nu nog niks over. Er zijn zo veel puzzelstukjes, zo veel dingetjes waar je aan moet denken, dingen die ook op ’t eerste gezicht niks met elkaar te maken lijken te hebben.Misschien maken we ons wel veel te druk hoor. Ik weet niet of ik dit wel eens eerder verteld heb, maar wij hadden vrienden hier in de wijk. Niet dat we de vloer bij elkaar platliepen, maar we zagen elkaar wel eens op feestjes, we waren onderdeel van hetzelfde Bunco-clubje, we kwamen op elkaars kinderverjaardagen. Op een dag liep ik langs hun huis, en zag daar een ‘te huur’-bord staan. Ik kijk eens goed, staat het huis leeg! Dus ik stuur die middag een mailtje om eens te informeren, krijg ik een mailtje terug “Oh, ja... we wonen nu in Japan. Het ging plots zo snel, binnen een week was alles geregeld, we konden geen afscheid meer nemen.” En dat zijn wel momenten dat je denkt “Waar maken wij ons in hemelsnaam druk over, het kan ook anders!”
Maar goed, ergens vind ik de manier waarop wij het doen toch prettiger, wij zijn nou eenmaal mensen die alles heel grondig doordenken, en we komen daardoor zelden voor teleurstellingen te staan. Ook voor de kinderen, Alexander met name, vind ik dit beter. We kunnen hem langzaam maar zeker voorbereiden op wat gaat komen, af en toe hebben we het er over, en dan weer dagen, weken niet. Ik vertelde bijvoorbeeld over zijn school in Nederland. Ik zei: “Alle kindjes en de juffen praten daar Nederlands.” Waarop hij vroeg: “Praat Miss Connie dan ook Nederlands?” Nee schat.... Miss Connie blijft lekker in Amerika.... (en dat vinden wij persoonlijk geen groot gebrek, maar goed, dat laten we nog steeds niet merken, hij is ondertussen toch echt gek op d’r, evenals de andere kindjes...)
Ben wel benieuwd hoe dat gaat straks met Alexander in Nederland. Hij is ondertussen bijna zo goed als tweetalig, maar hij heeft niet door dat sommige mensen geen Engels begrijpen. Hij gebruikt de talen ook gewoon door elkaar. Thuis spreekt ie ons ook heel vaak in ’t Engels aan. Soms kent ie ’t Engelse woord niet, dan verzint ie gewoon wat. “The mouse is overthere, on the plenk.” Een poosje geleden moest hij naar de dokter voor een griepprik, en ik was zo stom om dat al een uur van te voren al te zeggen. Hij meteen in tranen natuurlijk, dus ik een beetje sussen, zo van “Weet je wat, we vragen anders wel aan de dokter of het echt nodig is, misschien hoeft het niet.” (hij moest namelijk nog ontbijten, en ik zag het al gebeuren dat ie vanwege de angst voor het nadere onheil geen hap meer weg kreeg.) Dus hij vroeg aan mij, hoe een prik heet in het Engels. Dat is dus een ‘shot’. Afijn, elke minuut vroeg hij me: “Hoef ik geen prikje?” “Ik weet het niet, schat, we vragen het wel even.” Eenmaal bij de dokter nam hij zijn kans waar zodra hij de ‘nurse’ zag en riep lichtelijk in paniek: “I want zero spots!” (oftewel: ik wil nul stippen). Ik moest er zo om lachen (al kon ik ’t onderdrukken), het arme schatje was al zo bang voor zijn prikken, en dan zei hij het ook nog eens verkeerd. En helaas voor hem zei de ‘nurse’ (nadat ze even naar mij keek van “wat bedoelt ie?”) dat ze voor hem wel een shot had, en toen riep hij als een echte held op sokken: “Quinten needs to go first!” Uiteindelijk viel die hele prik heel erg mee, je zag echt de uitdrukking op z’n gezicht van “Hè? Was dat nou alles?” Soms is het goed je van te voren druk te maken, soms blijkt het helemaal niet nodig.
Ondertussen is het een waar bacillen-festijn hier in huize Bot. Alexander en Quinten zijn al 2 weken verkouden, alhoewel het bij Quinten een stuk minder is nu. En na een kleine twee weken ondergehoest en geniest te zijn, kon mijn immuunsysteem er niet meer tegen, dus sinds zaterdag ben ik ook ziek, zwak en verkouden. Slapen is er niet bij vanwege continue hoestaanvallen. Bluh....! Dus als je denkt, wat schrijft ze onsamenhangend, ik ben er niet helemaal bij...
Wel nog even een Amerikaans tafereeltje op de foto. Kijk maar naar dit huis:
Dit huis staat vlak bij ons, in de wijk naast de onze, Seagrove’s Farm. Vroeger was dit een groot wild weiland, stonden er paarden, ik kan er nog wel een keer foto’s van laten zien. Nu is het sinds een jaar of twee bebouwd. Er staan nog wat oude schuren, en dit huis dus. Nu nog wel althans. Want als je goed kijkt, ziet het er een beetje vreemd uit. Het huis is namelijk opgetild. En ik vermoed, dat het huis straks achterop een vrachtwagen gaat, en vervoerd gaat worden naar een andere lokatie. Zo doen ze dat hier. Is er een leuk, historisch gezien zonde om te slopen huisje dat eigenlijk heel erg in de weg staat voor iets anders? Dat tillen we het toch even op en rijden we het ergens anders heen?
Tenslotte nog twee korte filmpje, even kijken of ’t lukken wil dit keer, en daarna ga ik snel op zoek naar hoestsiroop en een kop thee met honing. Groetjes!




En voordat die eerste groep binnenkwam, vond ik het toch even spannend, zo oncomfortabel onder ‘n bureau in een kantoor verstopt. Wapen in de aanslag... daar kwamen ze.... schijnsel van een zaklamp – oh, nee, ze hebben zaklampen, ik ben de pineut!.... maar... wacht even... ze lopen door! En ik heb niet eens kunnen schieten! Bleken ze gewoon ‘mijn’ kantoor (waarvan de deur wijd open stond) niet eens binnen te komen! En de tweede groep ook niet! Nou moe. Dus voor de derde groep ben ik achter de deur gaan staan. En toen ook deze groep het kantoor voorbij liep (ze kunnen duidelijk nog wat meer training gebruiken!! Maar ja, het zijn dan ook gewoon burgers), heb ik er lekker toch eentje om de hoek neer weten te schieten. Gillen die vrouw, hahaha! “Ik ben geraakt!! Wie heeft me geraakt? Waar kwam dat vandaan?” Daarna nog in de kelder een zelfde routine, maar dan met de lichten aan. Verstopt een stuk lastiger! Ik zat achter een deur, recht tegenover de ingang waar ze binnenkwamen en eigenlijk alleen de eerste keer had ik succes, kon ik door de kier wat mensen neerschieten. Daarna dacht ik natuurlijk de sleutel tot het succes te hebben en werd ik wat overmoedig wellicht (schietgraag zo u wilt – en nee, ik ga niet nog snel even wat wapens aanschaffen nu Obama president wordt, zoals vele Amerikanen naar het schijnt wel doen. Wapens horen wat mij betreft eigenlijk alleen bij de politie.), maar goed, de 2de en 3de keer werd ik wat sneller gevonden, jammer genoeg. Maar toch een leuke ervaring!
Ik kan en wil niet alles ongezien wegdoen, we hebben het hier toch over de laatste en enige versies van wat ooit mijn kennis was (ik vrees namelijk, als ik zo eens kijk, dat het grootste deel echt niet meer in mijn hoofd zit). Ik heb besloten om die dingen weg te doen die niet meer relevant zijn (iemand interesse in een syllabus WordPerfect 5.1??) of waar ik eigenlijk gewoon van weet dat ik er nooit meer iets mee zal gaan doen, bepaalde richtingen die ik niet op zal gaan met mijn carriere (syllabus 'statistiek', anyone? Syllabus 'recht' misschien liefhebbers voor?). Ook gaan alle niet-definitieve versies van al die verslagen e.d. die ik geschreven heb ook de recycle bak in. En hopelijk kan ik dan die 4 dozen terugbrengen tot maximaal eentje. En zo ploeteren we langzaam verder... ;-)
En er zat een heel erg leuk gedicht bij, met verwijzingen naar ons laatste jaar hier, Hellevoet en de Vlaardingse Vaart. Ja, Sinterklaas, de laatste keer dat we zo ver weg zitten, volgend jaar doen we weer volop mee!


















Het duurde in eerste instantie een eeuwigheid. Ridder Alexander stond erop om over de opritten te lopen, niks er van dat ie even 20 meter afsnijdt door over het grasveld van voordeur naar voordeur te lopen (te goed opgevoed, ik wist niet dat het bestond!). En bij elk trappetje vroeg ie weer aan me: “Trick or treat? En daarna Thank you?” Jahhaaa... En bij elke voordeur vroeg ie: “Aanbellen?” Jahhaaa.... Maar goed, na zo’n 20 huizen begon ie de smaak te pakken te krijgen.


Piraat Ruud was er inmiddels ook bij, die was eerst even thuis gebleven om snoep uit te delen aan de kindjes die bij ons langs de deur kwamen. 

Op ‘t laatste moment hebben we nog diverse “versieringen” aangebracht, het vliegende spook dus, dat het helaas niet wilde doen, en de etalagepop waar normaal gesproken mijn bruidsjurk op hangt, werd buiten op de porch gezet met een mooi zombie-pakje aan. Paar spinnenwebjes erom heen, rookmachine, CDtje met enge muziek op en we waren er klaar voor! 
Buren verderop hadden een party tent staan, omdat het zijn verjaardag was, met chili en wijn.


Toen Ruud met ons mee ging lopen verder de wijk in, hebben we de bak met snoep voor de deur gezet, met een briefje erbij: “Twee snoepjes per persoon aub. Geen uitzonderingen! Ook niet als je een heel grote tas te vullen hebt!” want we verdenken de oudere kinderen met name (niemand in het bijzonder) ervan tijdens eerdere Halloweens de bak gewoon in z’n geheel in hun tas leeg te hebben gekieperd (sommigen gaan zelfs met een kussensloop op pad om maar vele kilo's snoep binnen te halen!!). En dat is niet leuk voor de kindjes die erna komen. Maar het briefje van dit jaar hielp! Toen we terug kwamen, lag er nog een handjevol snoepjes in!! Dat in tegenstelling tot Alexander’s snoepmandje, hij had goed gescoord:
Terwijl hij toch keurig netjes altijd maar 1 snoepje pakt als hem niks aangereikt wordt (soms krijg je, soms pak je, hangt er maar net van af).




dus zo vliegt de tijd voorbij. De bomen merken dat ook, die beginnen plots in sneltreinvaart te verkleuren.
En wel grappig, Quinten stond gisteren naar buiten te wijzen, en hij zei maar “Aah! Aah! Aah!” dus ik denken wat ie zou kunnen bedoelen. Meestal als ie dat zegt, wijst ie op een lamp en bedoelt ie dat die aan staat, of hij wijst op zijn muziekdoosje dat aan moet. En plots ging er bij mij een lampje branden.... Quinten weet niet beter of de blaadjes aan de bomen zijn groen. En nu zijn ze plots felgeel, oranje, donkerroze. Misschien bedoelde hij dat de blaadjes net als een lamp aan stonden!

